Omgangsregeling
Sinds de wetwijziging van 1 januari 1998 is in de wet het recht op omgang opgenomen. Kinderen en ouders hebben recht op omgang met elkaar , dat staat zo in de wet. Bij een echtscheiding is dit soms een moeilijk punt, maar ook in situaties waarbij niet gehuwde ouders uit elkaar gaan. De niet verzorgende ouder wil graag de kinderen vaker zien dan dat de verzorgende ouder wenselijk acht. In deze dient het belang van de kinderen vooropgesteld te worden. Het beste is natuurlijk dat de ouders samen met de kinderen afspraken maken over de omgangsregeling. Helaas zijn niet alle ouders daar toe in staat, en zal de rechter een uitspraak moeten doen.
Ontzegging van het recht op omgang zal door een rechter niet snel worden uitgesproken. Alleen in situaties waarbij de omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind zal de rechter geen omgang opleggen. Dit ernstige nadeel moet dan wel aangetoond worden door middel van psychologische rapporten of strafrechtelijke veroordelingen . Het is niet eenvoudig af te doen met het enkel stellen van dit nadeel door de verzorgende ouder, er moet goed en deskundig bewijs aan ten grondslag liggen.
Als de niet verzorgende ouder ongeschikt is of niet in staat is omgang te hebben met het kind kan de rechter oordelen dat een omgangsregeling niet (of niet op dat moment maar misschien later wel ) aan de orde is. Bijvoorbeeld wanneer de niet verzorgende ouder op genomen is (of wordt) in een psychiatrische instelling of een afkickcentrum voor alcohol of drugs gebruik . Ook in deze situatie moet aangetoond worden dat er sprake is van het niet in staat of ongeschikt zijn van de niet verzorgende ouder. Het persoonlijk oordeel van de verzorgende ouder dat de niet verzorgende ouder ongeschikt is of niet in staat is om omgang te hebben, is niet voldoende.
Indien het kind 12 jaar of ouder is en zelf ernstig bezwaar heeft tegen de omgang met de niet verzorgende ouder, kan de rechter nadat de rechter het kind heeft gehoord ,de omgang ontzeggen. Het is niet zo dat de mening van het kind doorslaggevend is voor de rechter zoals zoveel mensen denken De rechter kan als hij/ zij dit nodig vindt toch ondanks het bezwaar van het kind een omgang vastleggen. Kinderen van 12 jaar of ouder hebben het recht gehoord te worden ze hebben niet de plicht om te kiezen tussen hun ouders. De rechter zal de argumenten van een kind wel heel serieus nemen. Hoe ouder het kind is hoe meer waarde de rechter hecht aan de wensen van dit kind.
Belangrijk is een gedegen deskundig onderzoek wanneer de omgangsregeling volgens de verzorgende ouder niet in het belang van het kind is. Dit onderzoek is ook belangrijk voor de niet verzorgende ouder omdat daarmee wellicht aangetoond kan worden dat de zorgen van de verzorgende ouder niet terecht zijn of uit eigenbelang worden aangevoerd.
Mr. Rian de Vries en Mr. M. Hemmes-Boer onderhouden diverse contacten met andere disciplines zoals psychologen psychiaters,.orthopedagogen en maatschappelijk werkers maar ook alternatieve hulpverleners zoals kiniseologen, astrologen etc.
Het is vaak heel verhelderend om met behulp van een deskundige de communicatie tussen de ouders te herstellen waardoor veel problemen over de omgang opgelost kunnen worden.
Mr. Rian de Vries en Mr. M. Hemmes-Boer kunnen u behulpzaam zijn bij het vinden van juiste deskundige.
Niet alleen gescheiden ouders hebben met de problemen rond de omgang te maken . Ouders die nooit met elkaar gehuwd zijn geweest en uit elkaar gaan zien vaak de zelfde problemen op zich afkomen In deze situatie kan de rechter om een uitspraak gevraagd worden waarbij de zelfde regels worden gehanteerd als in de situatie van gehuwde (of gescheiden) ouders..
Het uitgangspunt blijft het belang van het kind.